Storm.
1/1/2023.
kom
terug
ze
smeekte
ik
ben er al
alsjeblief
ik
smeek u
ik
smeek
u
ik
zei het toch
ik
ben er al
waar
dan?
ze
zag het niet
neen,
ze zag niks meer
geen
hand voor ogen
ze
was verward en lichtjes in paniek
want
het stormde
het
stormde die nacht
zoals
nóóit tevoren
ze
was bang
zo
bang om zichzelf te verliezen
dus
greep ze snel z'n hand vast
maar
hij liet los
in
liefde liet hij haar los
laat
me niet achter!
ze
durfde niet meer omkijken
laat
me niet achter!!
maar
hij verdween
langzaam
maar zeker
verdween
hij uit haar zicht
ze
zag niks meer
en
voelde nog veel minder
tot
ze op een dag in de spiegel keek
haar
tranen droogde
en
zag hoe mooi het was
hoe
mooi zé was
en
zich plots realiseerde:
alles
wat ze al wist
dat
hij zomaar eens ... gelijk
zou kunnen hebben

(d)waas.
20/03/2022.
niet
bang zijn
zo
troostte hij
niet
bang zijn
maar
ze was wel bang
en
ze was héél bang
en
dat is
oké
niet
huilen
hij
tegen haar
niet
huilen
maar
ze huilde wel
en
ze huilde hard
en
ze krijste!
merg
en
been
want
iets in haar
miste
een stukje
miste
een tel
ver
-
splinterd
versplinterd
op
de
grond
want
het leek zo
onecht
het
leek zo
onwerkelijk
zo
on -
werkelijk
dus
niet werkelijk
niet
echt
en
toen zei ze
het
is niet echt
het
is niet echt?
het
is
niet
echt
zeker?
oor
-
verdovend
oorverdovend
stil
want nee
ze was niet zeker

Symbiose.
13/06/2021.
Op
een doodgewone zondagmiddag, ergens begin mei
Bijna
geruisloos liet ik me neerdalen op de zitbal in de hoek
De
kamer keek uit op een prachtige tuin, op weidse velden
De
radio speelde zachtjes
Ik
liet me raken
Door
de tekst, zijn woorden, de muziek
En
voelde hoe elke vezel
Elke
vezel in mijn lijf
In
het moment ademde
hier
en
nu
Ik
zag hoe zijn handen golvende bewegingen maakten
Hoe
hij, uiterst voorzichtig, het fijne penseel
Over
het witte tekenpapier
Liet
walsen
Schilderen
had een troostend effect op hem
Op
mij
Op
ons
Er
viel een lange stilte ...
De
intensiteit ervan overviel me
Symbiose.
Lang
had ik intens verlangd.
Ja?
Was
dit het dan?
Dit
Het Dan?

Veronica.
06/02/2021.
Ik hoorde haar huilen, minutenlang
Urenlang, zelfs nachtenlang
Ik kocht een boeket bloemen voor haar
Het mooiste dat ik vinden kon
Met blauweregen, scabiosa en gele tulpjes
De zoete geur van de kamperfoelie vulde de hele kamer
Even zag ik haar genieten
Heel even maar.
Ik zette een dampende mok thee
"Gember, vlierbloesem of kamille?"
Ze glimlachte
Ik hoefde het haar zelfs niet te vragen
Gember met vanille-extract en rozenbloemblaadjes
Ze was er immers dol op
In de kamer rook het naar passiebloem en pioenroosjes
De talrijke geuren hadden zich met elkaar vermengd
De zoete smaken hadden de bittere verdrongen
Als donkere herinneringen die vervaagden
Als donkere herinneringen die ...
Ik vond haar prachtig!
Ze was de mooiste bloem uit het hele boeket
Maar ze verschanste zich
Als een slak in zijn huisje, verstopte ze zich
Er was níemand die haar kon zien
Niemand die kon zien hoe ze straalde
Maar dan, heel zachtjes ...
Dwarrelde de rust over haar neer
Als sneeuwvlokjes in een mistig bos
Ze glimlachte
Minutenlang, ja zelfs dagenlang
Van haar rechtermondhoek
Naar haar linker én terug
Totdat haar blozende kaakjes pijn deden
Maar haar hart genezen was
Twintig twintig.
25/12/2020.
Op mijn vensterbank zit er een klein beertje
Het is een dapper beertje met een stenen muts
Zonder pomponnetje
Dat is afgebroken
Afgelopen jaar, vermoed ik
Al sleurend
En wroetend door de sneeuw
Zeult hij in de kille winterkou
Een ijzeren slee met zich mee
Bovenop staat er een piepklein boompje

Troebel.
25/11/2020.
Je ziet er mooi uit!Dank u!
Hoe het gaat?
Ze luisteren niet
Niet meer
Maar ik, ik glimlach
Of ik doe tenminste alsof
Ik ben er slecht in
Zij lijken het leuk te vinden ...
Maar ik hen niet
De deur valt in het slot
Mijn zicht vertroebelt
Wat ik zie?
Complete chaos
Wat ik voel?
Alleen maar pijn
En bittere tranen
Dat het lang was
Al weet ik niet meer precies hoelang
En dat ze
Diep
Diep
Verscholen zaten in mezelf
Maar nu banen ze zich een weg
Opnieuw een weg naar buiten
Met mijn ogen door het raam
IJsberend
Is de mist verdwenen?
En er een regenboog aan de hemel verschenen?
De zon breekt door de wolken
Ik glimlach
En de wereld terug naar mij
Ik voel de energie stromen
Ik hoor mezelf ademen
En ik lach
Geen glim, maar een schater
Alles komt wel goed
Zeggen ze
Neen, alles is al goed
Ik mis je cupcakes.
12/04/2020.
Je wilt naar me toekomen, maar de deur is op slot.
De sleutel is verdwenen.
Waar ben ik?
Wie heeft de sleutel meegenomen?
Moedeloos.
Verstrikt in een web van je eigen gedachten.
Plots waren er geen files meer.
Er was geen luchtvervuiling.
Geen politieke spelletjes.
Ik slaakte een kreet.
Een noodkreet.
Mijn hart huilde ontelbare dikke tranen.

Zal
ik boodschappen voor je doen?
Zal
ik gitaar voor je spelen?
Of
cupcakes voor je maken?
Cupcakes
met ijs.
Met
snoepjes en chocola.
Ik
wil je tranen drogen, maar het mag niet.
Ik
omhels je in gedachten.
Ik
stuur je een postduif, want ik mis je.
Een
rode postkaart met witte hartjes.
Ik.
Mis.
Je.
Dat
mag wel.
Kus.
Tot
snel, héél snel.
Maart 2020.
Een idee verstopt zich in mijn hoofd
Een wens blijft onvervuld in mijn hart
Ik weet het niet
Ik zie het niet
Maar ik voel wel ... angst
In het bos ruik ik de lente
Buiten zie ik de natuur ontwaken
En hoor ik mensen huilen
Ik keer naar binnen
Binnenin mezelf
Zwarte rook.
09/11/2019.
Het is kwart over twee 's nachts.
Ik schiet wakker.
Een bevreemdend gevoel beklijft me.
Het lijkt alsof ik wacht op een berichtje waarvan ik de inhoud al ken, maar de betekenis nog niet binnensijpelt.
Of liever: nog niet wil binnensijpelen.
Ik zou mijn telefoon wel door het raam kunnen kegelen, huilend en schreeuwend, alsof ik aan de oever van een rivier een steen over het water laat ketsen.
'Goeie morgen, Karen.'
Het is papa aan de telefoon.
'Goeie morgen?'
Zijn woorden raken me, want ik ben zeker dat het vandaag geen goeie morgen is.
Ik stap de trein op.
Ik moet mijn hoofd leegmaken.
De hoofdstad die onder een deken van grauwe, donkere mist bedekt is, lijkt stilletjes met me mee te treuren.
Ik voel me gesteund.
Alsof ik niet alleen ben.
Alsof de regen die zachtjes op mijn jas tikt, een teken van het universum is.
Heel even en dan stopt het weer.
Dikke tranen rollen over mijn wangen.
Heel even en dan stop ik weer.
Er zitten maar weinig mensen op de trein.
Er komt rook uit de schoorsteen van een oude fabriek.
Niemand lijkt iets in de gaten te hebben.
Behalve ik.
Ik heb mijn ogen gesloten.
En toch zie ik dat het zwarte rook is.

Dankzij jou.
Naar You needed me van Anne Murray.
Knijp in mijn arm.
Soms denk ik dat ik droom.
Maar het is echt.
Jij staat echt naast mij.
Ik sta naast jou.
We staan naast elkaar.
We hebben elkaar.
Ik heb je lief.
Ik zou me wel voor de kop kunnen slaan, mocht ik je ooit verlaten.
Jarenlang was ik op zoek, maar toen vond ik jou.
In een wereld vol onbegrip, lijken wij wel dezelfde taal te spreken.
Je begrijpt me.
Je intrigeert me.
Je hebt me lief.
Het leven spaart me niet.
Ik krijg een slag in mijn gezicht.
En nog één.
En nog één.
En nog één.
Ik ben moederziel alleen.
Ik voel me verweesd.
Jij neemt mijn hand vast.
Je toont me de weg naar huis.
Het is donker.
Aan het einde van de tunnel, lijk ik geen licht meer te zien.
In de nachtelijke duisternis, geef jij me weer een sprankel hoop.
Dankzij jou, vind ik de kracht.
Dankzij jou, vind ik de moed.
Het is koud buiten.
Er hangen ijspegels onder mijn neus.
De thermometer gaat onder nul.
Jij houdt mijn hand vast, maar lijkt mijn hart te verwarmen.
Na een zoveelste mokerslag, krabbel ik recht.
Je geeft me doorzettingsvermogen.
Ik voel me krachtig.
Ik voel me sterker.
Je kijkt naar me op.
Je plaatst me op een voetstuk.
Ik sta hoog.
Ik sta zo hoog.
Ik kan bijna de sterren zien en de wolken aanraken.

De essentie.
Naar L'essenziale van Marco Mengoni.
Moed en doorzettingsvermogen kenmerken helden
Op de rand van de afgrond
Durven ze het gevaar recht in de ogen kijken
Neen, ze keren niet om
Neen, ze lopen niet weg
Ze springen
Recht het onbekende tegemoet
Ik benijd hen
Ik bewonder hen
Ik ben trots op hen
Maar ík, ik voel me een angsthaas
Bijgestaan door velen
Want wie durft het tegendeel beweren?
Vandaag de degens kruisen
Morgen de wapens neerleggen
En overmorgen de liefde weer van de daken schreeuwen
En ik?
Wat doe ik?
Niets.
Helemaal niets
Of nog minder.
Ik ben geen held.
Ik heb geen moed.
Ik durf het diepe niet in te springen
Zelfs het ondiepe niet
Ik kijk je in de ogen.
Ik voel je pijn
Die verstopt zit achter je glimlach
Niets dat ik kan doen om je leed te verzachten
Een keuze heb ik niet
Met mijn rug tegen de muur
En aan de grond genageld
Daar sta ik dan
Ik kijk op de klok
Vijf voor twaalf.
D-day
De grond voel ik onder mijn voeten wegzakken
Toch blijf ik erin geloven
Dat de puzzelstukjes ooit wel in elkaar zullen vallen
En jij?
Ik hoop oprecht dat jouw puzzel wel volledig is.
Ik ben niet alleen.
We hebben elkaar.
Jij en ik
Het enige wat telt
Hoe vaak heeft de liefde mij niet in de steek gelaten?
Ontelbare fouten heb ik gemaakt
Neen.
Het zal me niet meer overkomen.
Hoe vaak heb ik me verscholen?
Achter liefdevolle woordjes
Net zoals ongeopende cadeaus
Een strik erom heen en de verpakking doet je omverblazen,
Maar de inhoud is kleurloos
De inhoud is betekenisloos
smaakloos
Ik kijk opnieuw op de klok
Vijf ná twaalf.
D-day
De grond is ondertussen onder mijn voeten weggezakt
De puzzelstukjes zijn in elkaar gevallen
Jij en ik
Want de rest is overbodig.
Durven ze het gevaar recht in de ogen kijken
Neen, ze keren niet om
Neen, ze lopen niet weg
Ze springen
Recht het onbekende tegemoet
Ik benijd hen
Ik bewonder hen
Ik ben trots op hen
Bijgestaan door velen
Want wie durft het tegendeel beweren?
Vandaag de degens kruisen
Morgen de wapens neerleggen
En overmorgen de liefde weer van de daken schreeuwen
Wat doe ik?
Niets.
Helemaal niets
Of nog minder.
Ik ben geen held.
Ik heb geen moed.
Ik durf het diepe niet in te springen
Zelfs het ondiepe niet
Ik kijk je in de ogen.
Ik voel je pijn
Die verstopt zit achter je glimlach
Niets dat ik kan doen om je leed te verzachten
Met mijn rug tegen de muur
En aan de grond genageld
Daar sta ik dan
Ik kijk op de klok
Vijf voor twaalf.
D-day
De grond voel ik onder mijn voeten wegzakken
Toch blijf ik erin geloven
Dat de puzzelstukjes ooit wel in elkaar zullen vallen
En jij?
Ik hoop oprecht dat jouw puzzel wel volledig is.
Ik ben niet alleen.
We hebben elkaar.
Jij en ik
Het enige wat telt
Hoe vaak heeft de liefde mij niet in de steek gelaten?
Ontelbare fouten heb ik gemaakt
Neen.
Het zal me niet meer overkomen.
Hoe vaak heb ik me verscholen?
Achter liefdevolle woordjes
Net zoals ongeopende cadeaus
Een strik erom heen en de verpakking doet je omverblazen,
Maar de inhoud is kleurloos
De inhoud is betekenisloos
smaakloos
Ik kijk opnieuw op de klok
Vijf ná twaalf.
D-day
De grond is ondertussen onder mijn voeten weggezakt
De puzzelstukjes zijn in elkaar gevallen
Jij en ik
Want de rest is overbodig.